De ‘Shakespeariaanse nar’

De hofnar heeft koningen en later managers de waarheid verteld. De typische nar is tegenwoordig een management consultant. Die hofnar is bij Shakespeare nooit echt komisch, hij is wijs, hij is slim, hij is soms ook snel, hij is bitter, maar humor ontbreekt hem geenszins. Shakespeare gebruikte de vrijheid van de hofnar om kritische observaties te delen die indien afkomstig van een ander personage opstandig zouden zijn geweest tegen het systeem. Historisch gezien is de 'Shakespeariaanse nar' een ironische en paradoxale figuur die van ongewone tolerantie en relatieve vrijheid genoot in het uitspreken van zijn gedachten. Hij was vaak in staat bijzondere inzichten te bieden door zijn dwaasheid. Shakespeare was gefascineerd door deze vrijheid van meningsuiting.

Hij gebruikte zijn nar niet alleen om te entertainen, maar ook om humoristische kritieken te brengen en met grove observaties zijn publiek te informeren over andere personages en gebeurtenissen in het stuk. De 'Shakespeariaanse nar' wijkt af van de clown, die werd omschreven als een 'natuurlijke idioot'. Verborgen achter zijn dwaasheid kan de nar scherpe opmerkingen over het hedendaagse discours geven. De nar van Shakespeare is een subtiele leraar, een echte instructeur van de werkelijkheid zou je kunnen zeggen, die vaak de rol speelt die Socrates, zelf een geïnspireerde clown, speelde in de straten van Athene.

Kortom, de 'wijze hofnar van Shakespeare' dient om een over het hoofd gezien of anders onuitgesproken inzicht op een tot nadenken stemmende manier aan te bieden. Het karaktertype is vooral belangrijk omdat het een afwijkend gezichtspunt kan uitdrukken. De paradox is dat de nar niet alleen authentiek intelligent, oplettend, praktisch en inzichtelijk moet zijn, maar hij moet zich er van bewust zijn zich niet te gedragen als een 'echte idioot' en op die manier over de kwetsbare grenzen van tolerantie gaan of verwarrend en onduidelijk voor het publiek te zijn.
Afbeelding: Heide Pinkall / Shutterstock.com